Gisteren heb ik een nieuw mobiel abonnement afgesloten, en vanochtend kwamen ze mijn nieuwe simkaartje al brengen. Omdat ik woensdagochtend papaochtend heb kwam dat dus goed uit. Snelle service van KPN.
Ergens tussen 9 en 1 zouden ze komen, dus toen om 10 uur de bel ging was ik blij verrast: ik zou nog lekker van alles kunnen doen met mijn meisje, mooooi!
De bezorgert was in een hurry: hij stond dubbel geparkeerd en met frisse tegenzin kwam hij dan ook helemaal met de lift naar boven. Ik dacht slim te zijn en Merel mee te nemen naar de voordeur, waarom is me nog steeds niet helemaal duidelijk.
Goed, bezorgert moest een handtekeningetje hebben en een eurocentje pinnen dus of ik dat even op het bankje van de buren kon doen. Tien uur ’s ochtends ben ik dus blijkbaar niet op mijn helderst dus ik stap op mijn blote voetjes naar…
… buiten.
Ik heb de pen nog niet in mijn hand of ik hoor de voordeur dicht vallen – en mevrouw vrolijk door de glazen naar me kijken. Kijk eens papa, “dicht!”
Dicht ja, met mijn voordeursleutels binnen op tafel en mijn mobiele telefoon er naast.
Kind binnen, papa buiten en mama die pas over vier uur thuis zou komen. U snapt, genoeg redenen om enigszins bleek weg te trekken. Tevens in de wetenschap dat diegenen die een sleutel hebben of hun mobiele telefoon niet opnemen tijdens het werk (Maart) of ergens diep op de Zuid-Hollandse eilanden werken (de buren). Tel daar bij op dat we in een echt slaapcomplex wonen: tijdens kantooruren is er geen levende ziel te bekennen. Om potentiele inbrekers alvast van een koude kermis thuis te laten komen: onze voordeuren zijn Politie keurmerk veilig, met enorme klauwhaken en veiligheidsglas.
Dus toen niemand van de buren opendeed zag ik me toch echt wel vier uur lang zitten naast de voordeur.
Gelukkig was daar de werkster van de overburen, die een beetje huiverig alsnog opendeed. Een telefoon, hoera! Eerst nog maar eens Maart gebeld, en haar voicemail ingesproken. Ik geloof dat het nogal te horen was dat ik me even geen raad wist, hahaha.
Toen maar de hulptroepen van het werk ingeschakeld, die ik eerst vergeefs heb laten zoeken naar een school die niet bestond (nou ja, het was iets een bijbelse figuur, ik zat er gewoon een Testamentje naast).
Het kind zat ondertussen nog steeds door het glas te turen en vond het allengs steeds minder leuk. Ze had wel door dat ze aan de klink moest zitten om de deur te openen, maar hoe ze ook op d’r teentjes ging staan, ze kwam toch echt een centimeter of 20 te kort.
Ik kan iedereen aanraden een backup te maken van je mobiele nummers, en die op te slaan op je computer, want zo hebben we uiteindelijk het nummer weten te bereiken van iemand die wel wist hoe de school van Maartje heette.
Terwijl de hulptroepen dus druk bezig waren met bellen, zat ik op mijn gat voor de deur “Klap eens in je handjes blij blij blij” te zingen, kiekeboe te spelen en “In de manenschijn” toe doen, met alle bijbehorende handgebaren. Dan ben je wel weer blij dat er geen buren zijn die je kunnen zien. Dat ging even goed, maar op een gegeven moment was het toch brullen geblazen, al denk ik meer uit sjagerijn dat ik niet leuk binnen kwam om te spelen dan iets anders.
Nadat ik mezelf meer dan een uur had buitengesloten kwam eindelijk de verlossing in de vorm van mijn schatje, die zich helemaal ongans had gefietst. Eindelijk naar binnen. Merel een dikke knuffel, een schone luier en een koek en ze was alweer vrolijk aan het kletsen, op naar het volgende avontuur.
Bij mij duurde het nog wel een paar uur tot ik weer een beetje chill was en één ding is zeker: ik zet nooit meer stap over de drempel zonder sleutel!
(PS: Pep, Mek, Natalie, bedankt voor de hulp, Schatje: bedankt voor de redding, en Klein Schatje: je bent een bikkel!)
14 mei 2008 om 22:20
Whoaaaaahhhh dit wil je écht niet!!! Your worst nightmare! Ben blij voor jullie dat ‘t relatief snel is opgelost!