Stiekem heeft iedere vader met een zoon een geheime wens. Ze zullen dat niet allemaal toegeven, sommigen zelfs ontkennen (“ik hou helemaal niet van voetbal”) maar diep in ons hart willen we allemaal dat onze zoons onze gemankeerde – of in mijn geval totaal ontbrekende – voetbalcarrière nieuw leven in blazen door uit te groeien tot een profvoetballer. Uiteraard een getalenteerde, eentje die voor het eerste elftal van de plaatselijke trots gaat voetballen. En als het even kan moet hij Oranje en-passant naar de WK-titel schieten. We speuren dan ook voortdurend bij onze kinderen naar voortekenen die kunnen wijzen op aangeboren talenten. Wanneer ze een speelgoed-thermometer nasaal inbrengen bij hun zusje worden het hersenchirurgen. Wanneer ze met een schaar zichzelf een nieuw kapsel aanmeten door de helft van hun lange haren af te knippen worden het creatievelingen en wanneer ze huilend en schreeuwend op de grond liggen wanneer ze hun zin niet krijgen gaan ze laten drama studeren aan de kleinkunstacademie.
U hoeft dus niet verbaasd te zijn wanneer u over een jaar of pakweg zeventien, achttien, over het nieuwe aanstormende talent van Feyenoord hoort sproken. Een talent genaamd Luuk. U kunt dan zelfs quasi-nonchalant zeggen: “die ken ik nog uit de prille jeugd, dat was toen al zo’n talent” (u zult bewondering oogsten!) want Luuk’s eerste woordje was niet “papa”, het was ook niet “mama” maar “bal”. En om misverstanden te voorkomen, daarbij wijzend naar een bal. Zulke tekenen kun je simpelweg niet ontkennen, dat zit wel goed. Ik ben aan het shoppen voor een trainingsoutfitje. Ok, dat Luuk’s favoriete speelgoed niet de bal maar de potten en pannen uit het keukentje van Merel zijn, en dat hij met groot plezier (en veel techniek, ik geef het schoorvoetend toe) de haren van Merel’s Barbies kamt past wellicht niet helemaal in mijn zelfbedachte kader maar zulke details zijn er om over het hoofd te zien, nietwaar.
Het lijkt nog maar pas geleden dat ik op deze plek schreef over kleine Merel die papa wist buiten te sluiten zonder sleutels. Een klein ukkie van amper twee turven hoog die zich al kontschuivend voortbewoog. Deze maand hebben we afscheid genomen van de peutergroep van Merel. Ons klein moppie is vier jaar geworden, schuift allang geen kont meer (maar wil het liefst alleen maar dansen en zingen) en kletst de oren van je hoofd (maar is wel nog steeds maar twee turven hoog). En als je vier wordt dan gaat het echte schoolleven beginnen, op naar de basisschool. En dat is even wennen. Ook voor papa en mama. Zucht, kleine meisjes worden groot, maar soms zou je ze nog even klein willen laten zijn.
Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.
25 december 2010 om 15:22
Zeg Djasp, als Luuk dan later tóch voetballer wordt, laat ‘m dan ajb niet voor die degradatieploeg uitkomen… maar voor ‘n échte club! Sterker nog: gezien de huidige omstandigheden, kan je je afvragen of de “kameraden” tegen die tijd uberhaubt nog bestaan! hihi! Komt goed, daar twijfel ik niet aan! En wie weet wordt ie wel danser, dat zit sowieso in z’n bloed, naar ‘t schijnt!