geschreven op 3 december 2010 om 13:45 door Jasper

Eén van de Rechten van het Kind is het recht op een Eigen Mening. U zult niet verbaasd zijn om te lezen dat onze dochter veelvuldig gebruik placht te maken van dit recht en er regelmatig een uitgesproken en met name een onwrikbare mening op na houdt.

Zoals bijvoorbeeld met eten. Het lievelingseten van Merel is een beschuitje met hagelslag. Beschuitjes eet ze als ontbijt, bij voorkeur ook tussen de middag en als je het haar zou vragen ook bij het avondeten. Dat of een croissantje (ja, mevrouw is fijnproever). Omdat we vinden dat ze tijdens het avondmaal gewoon moet eten wat de pot schaft, scheppen we braaf iedere dag minihapjes op haar bordje (niet te veel, want dat zou afschrikken. Kleine porties werkt het best. Jaja, gelooft u het?).
Dat bordje wordt dan vervolgens net zo snel als het op tafel kwam weer vakkundig opzij geschoven onder het mom van “lust niet.”

- “Kom op Merel, dat is spaghetti, dat vind je lekker hoor. Echt!”
- “Nee, vinniet lekker hoor, papa. Schuitje hageslag vinnik lekker. Plakje kaas vinnik lekker. Chocovla lekker. Spaggie? Niet zo lekker.”

Soms is de lijst wat langer, en is “cracker smeerkaas” en “pannenkoek” ook lekker. Friet staat daarentegen niet op de lijst van lekker. Ik ben er nog steeds niet helemaal achter of ik daar nou wel of niet blij mee moet zijn.

Overigens treedt dit alleen thuis op, want op het kinderdagverblijf wordt er rustig tussen de middag nasi en macaroni gegeten. En ook bij Opa en Oma wordt er braaf gegeten. Dat zijn tenminste de onbevestigde geruchten want tot op heden hebben wij dit wonder nog niet met eigen ogen mogen aanschouwen.

In mijn jeugd moesten we net zolang aan tafel blijven zitten tot ons bordje leeg was, tegenwoordig weten we dat het opvoedingkundig niet verantwoord is van eten een strijdpunt te maken. Dus dat hebben we maar niet geprobeerd. Afgezien nog van het feit dat ik op mijn vingers kan natellen wie er dan uiteindelijk het eerst zal moeten zwichten. En dat zal echt niet Merel zijn, geloof me.

Dus gaat het bordje na een korte minzame blik aan de kant en wordt er vol ongeduld gewacht op het toetje. “Chocovla lekker, papa klaar? Papa ben je klaar? Wil toetje! ”

Men zegt dat het overgaat (ja, ja, natuurlijk), men zegt ook dat het een fase is (dat moet dan wel een héél lange fase zijn zeker) en dat iedere peuter dit heeft (natuurlijk, en daarom staan in kinderkookboeken ook altijd zulke recepten als “macaroni met pesto en zalm” en nooit “Schuitje hagelslag”).

Leuk hoor, dat recht van kinderen op een eigen mening, ik word er alleen zo snel grijs van!

Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.

 

Schrijf ook eens wat