geschreven op 26 december 2010 om 12:03 door Jasper

Lekker chill!

 Fijne kerstmorgen http://www.merelenluuk.nl/wp-content/uploads/2010/12/20101226-120311.jpg" alt="" class="alignnone size-full" />

 
geschreven op 23 december 2010 om 13:45 door Jasper

Stiekem heeft iedere vader met een zoon een geheime wens. Ze zullen dat niet allemaal toegeven, sommigen zelfs ontkennen (“ik hou helemaal niet van voetbal”) maar diep in ons hart willen we allemaal dat onze zoons onze gemankeerde – of in mijn geval totaal ontbrekende – voetbalcarrière nieuw leven in blazen door uit te groeien tot een profvoetballer. Uiteraard een getalenteerde, eentje die voor het eerste elftal van de plaatselijke trots gaat voetballen. En als het even kan moet hij Oranje en-passant naar de WK-titel schieten. We speuren dan ook voortdurend bij onze kinderen naar voortekenen die kunnen wijzen op aangeboren talenten. Wanneer ze een speelgoed-thermometer nasaal inbrengen bij hun zusje worden het hersenchirurgen. Wanneer ze met een schaar zichzelf een nieuw kapsel aanmeten door de helft van hun lange haren af te knippen worden het creatievelingen en wanneer ze huilend en schreeuwend op de grond liggen wanneer ze hun zin niet krijgen gaan ze laten drama studeren aan de kleinkunstacademie.

U hoeft dus niet verbaasd te zijn wanneer u over een jaar of pakweg zeventien, achttien, over het nieuwe aanstormende talent van Feyenoord hoort sproken. Een talent genaamd Luuk. U kunt dan zelfs quasi-nonchalant zeggen: “die ken ik nog uit de prille jeugd, dat was toen al zo’n talent” (u zult bewondering oogsten!) want Luuk’s eerste woordje was niet “papa”, het was ook niet “mama” maar “bal”. En om misverstanden te voorkomen, daarbij wijzend naar een bal. Zulke tekenen kun je simpelweg niet ontkennen, dat zit wel goed. Ik ben aan het shoppen voor een trainingsoutfitje. Ok, dat Luuk’s favoriete speelgoed niet de bal maar de potten en pannen uit het keukentje van Merel zijn, en dat hij met groot plezier (en veel techniek, ik geef het schoorvoetend toe) de haren van Merel’s Barbies kamt past wellicht niet helemaal in mijn zelfbedachte kader maar zulke details zijn er om over het hoofd te zien, nietwaar.

Het lijkt nog maar pas geleden dat ik op deze plek schreef over kleine Merel die papa wist buiten te sluiten zonder sleutels. Een klein ukkie van amper twee turven hoog die zich al kontschuivend voortbewoog. Deze maand hebben we afscheid genomen van de peutergroep van Merel. Ons klein moppie is vier jaar geworden, schuift allang geen kont meer (maar wil het liefst alleen maar dansen en zingen) en kletst de oren van je hoofd (maar is wel nog steeds maar twee turven hoog). En als je vier wordt dan gaat het echte schoolleven beginnen, op naar de basisschool. En dat is even wennen. Ook voor papa en mama. Zucht, kleine meisjes worden groot, maar soms zou je ze nog even klein willen laten zijn.

Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.

 
geschreven op 16 december 2010 om 13:45 door Jasper

Ik heb iets met Zeeland. Ik kom er niet vandaan – ik schrijf zeg maar met een zachte g – maar ik heb er bijvoorbeeld wel mijn vrouw ontmoet. En wie denkt aan Zeeland denkt aan water. Dat zit de Zeeuwen in hun genen, water. En ook mijn kinderen hebben daar het nodige van meegekregen.

Merel kan uren in bad liggen tot haar vingers zijn verschrompeld tot ‘oma-vingers’ en haar lippen blauw van de kou zijn. En als we haar er dan verkleumd en bibberend uit halen zou ze er bij wijze van spreken het liefst zo weer in duiken.

Het zwembad is ook een grote favoriet. Het viaduct over de snelweg tegenover ons huis wordt door Merel consequent de ‘Zwembadbrug’ genoemd, want over die brug ga je, u voelt hem al aankomen, naar het zwembad. Het liefst zou Merel elke zondag naar het zwembad gaan. Misschien komt het wel omdat ik uit een zeeloze provincie kom, maar zelf deel ik dat enthousiasme niet echt.

Het zwemmen in een zwembad op zich vind ik prima en met mijn kleine meid op de glijbaan vermaak ik me uitstekend, maar dat hele gedoe erom heen, dat hoeft van mij niet zo.

Het begint al wanneer je het zwembad binnenkomt. Je wordt verwelkomt door een een broeierige, kleffe, met chloor doordrenkte lucht die je de adem beneemt. Vervolgens ga je op zoek naar een kleedhokje terwijl je probeert niet te struikelen over rennende kinderen en probeert niet uit te glijden op de natte tegels. Het familiehokje is natuurlijk altijd bezet door iemand die er niet hoort te zitten, dus moet je jezelf als een sardientje in een te klein hokje zien te wurmen. Wanneer je dan eindelijk als een ware Houdini jezelf van je kleren hebt ontdaan (je was al wel zo slim om je zwembroek alvast thuis aan te trekken) probeer je niet je geduld te verliezen omdat je kind van spanning besloten heeft haar oren in Oost-Indië te stallen en niet wil luisteren. Als je bent omgekleed en je je kleren netjes wil op bergen in een kluisje past dat per definitie nooit. Dus komt het erop neer dat je alles maar stevig erin propt en hoopt dat er niets uitvalt voordat je het deurtje dicht hebt gedaan. Het muntje voor het kluisje ben je vergeten uit je broekzak te halen dus moet het deurtje toch weer open (waarbij er dus steevast iets op de natte vloer valt).

Eindelijk in het zwembad moet je eerst nog een berg twaalfjarigen uit het peuterbadje jagen, met het risico de toorn van bijhorende ouders over je af te roepen. En dan zit je eindelijk met je kind in het plaswarme, ietwat troebele water, besluit ze dan nu de tijd is gekomen om jou en de rest van de bezoekers te trakteren op een watertrappel-act waarbij de spetters het plafond raken.

Bij het naar huis gaan herhaalt de geschiedenis zich van voor af aan. Het familiehokje is nog steeds bezet door een moeder die al tien minuten haar haar staat te föhnen. Je kleren uit het kluisje zijn al nat voordat je goed en wel het kleedhokje hebt bereikt. Je kind is van alle inspanning zo moe dat er geen land mee te bezeilen valt en tot overmaat van ramp valt je ondergoed terwijl je je staat af te drogen op de natte vloer.

Maar toch, als je bent thuis gekomen en mama vraagt of het leuk was en je kind zegt met stralende ogen dat ze zo hard van de glijbaan is gegaan met papa en dat dat zo heel erg leuk was, dan smelt je vaderhart en weet je dat de volgende week weer in een krap hokje staat aan te modderen, omdat je je dochter nou eenmaal alle plezier van de wereld gunt.

Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.

 
geschreven op 8 december 2010 om 16:15 door Jasper

Toen Merel werd geboren, waren vrienden mij oprecht met mij begaan. “Vind je het niet jammer dat het geen jongetje is?”. “Hoezo?” vroeg ik
verbaasd, want dat was wel het laatste waar ik op dat moment aan dacht. “Nou, dan kan je geen Lego kopen.” Nou, nee, dat vond ik niet en meisjes kunnen ook best met Lego spelen.

Wat Lego betreft ben ik denk ik stiekum altijd een beetje een klein jongetje gebleven. Ik weet nog die verjaardag – ik werd denk ik tien -dat ik het politiebureau kreeg en dat ik eerst nog naar school moest voordat ik hem mocht bouwen. Volgens mij is dat een van de langst durende dagen van mijn leven geweest.

En ondanks het feit nu ik zogezegd volwassen ben maak ik in als ik even de kans krijg in een warenhuis een klein omweggetje langs de speelgoed-afdeling. En dan gaat steevast de Lego-catalogus mee naar huis, die op de WC nog regelmatig wordt doorgebladerd.

Het mag dan ook geen verbazing wekken dat Merel, net drie, van Sinterklaas (hoe wist die man dat toch) een Lego-vliegtuigje in haar schoen kreeg. Uiteraard dacht ik dat ze daar nog een beetje te jong voor was, per slot van rekening stond er 4+ op de verpakking dus eigenlijk kreeg papa ook wat in zijn schoen – maar u voelt hem al aankomen, dat vliegtuig is van Merel en helemaal niet van papa. Ik mocht nog net het instructieboekje vasthouden.

OK, toegegeven, het eindresultaat was dan misschien niet helemaal in overeenstemming met hoe het er volgens de doos uit zou moeten zien (het had meer iets weg van een kruising tussen een abstract kunstwerk en een draaiorgel) maar alle stukjes werden heel doordacht en minutieus op en aan elkaar geplaatst. Sindsdien mag ze dus ook met de Lego-autootjes van Luuk spelen (die is er met zijn zeven maanden ècht nog een beetje te jong voor) en hoewel het favoriete spelletje is “hoe-hard-kan-hij-tegen-de-muur-rijden-en-hoeveel-stukjes-vliegen-er-dan-vanaf” worden zo goed en zo kwaad als het gaat de losse stukjes er op de een of andere manier toch weer opgezet.

Het werd me dus wel weer duidelijk dat wanneer je je kind onderschat je nog wel eens voor verrassingen kan komen te staan.

OK, ik geef toe: ons zoontje van 7 maanden heeft al verschillende dozen Lego van papa gekregen.

Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.

 
geschreven op 3 december 2010 om 13:45 door Jasper

Eén van de Rechten van het Kind is het recht op een Eigen Mening. U zult niet verbaasd zijn om te lezen dat onze dochter veelvuldig gebruik placht te maken van dit recht en er regelmatig een uitgesproken en met name een onwrikbare mening op na houdt.

Zoals bijvoorbeeld met eten. Het lievelingseten van Merel is een beschuitje met hagelslag. Beschuitjes eet ze als ontbijt, bij voorkeur ook tussen de middag en als je het haar zou vragen ook bij het avondeten. Dat of een croissantje (ja, mevrouw is fijnproever). Omdat we vinden dat ze tijdens het avondmaal gewoon moet eten wat de pot schaft, scheppen we braaf iedere dag minihapjes op haar bordje (niet te veel, want dat zou afschrikken. Kleine porties werkt het best. Jaja, gelooft u het?).
Dat bordje wordt dan vervolgens net zo snel als het op tafel kwam weer vakkundig opzij geschoven onder het mom van “lust niet.”

- “Kom op Merel, dat is spaghetti, dat vind je lekker hoor. Echt!”
- “Nee, vinniet lekker hoor, papa. Schuitje hageslag vinnik lekker. Plakje kaas vinnik lekker. Chocovla lekker. Spaggie? Niet zo lekker.”

Soms is de lijst wat langer, en is “cracker smeerkaas” en “pannenkoek” ook lekker. Friet staat daarentegen niet op de lijst van lekker. Ik ben er nog steeds niet helemaal achter of ik daar nou wel of niet blij mee moet zijn.

Overigens treedt dit alleen thuis op, want op het kinderdagverblijf wordt er rustig tussen de middag nasi en macaroni gegeten. En ook bij Opa en Oma wordt er braaf gegeten. Dat zijn tenminste de onbevestigde geruchten want tot op heden hebben wij dit wonder nog niet met eigen ogen mogen aanschouwen.

In mijn jeugd moesten we net zolang aan tafel blijven zitten tot ons bordje leeg was, tegenwoordig weten we dat het opvoedingkundig niet verantwoord is van eten een strijdpunt te maken. Dus dat hebben we maar niet geprobeerd. Afgezien nog van het feit dat ik op mijn vingers kan natellen wie er dan uiteindelijk het eerst zal moeten zwichten. En dat zal echt niet Merel zijn, geloof me.

Dus gaat het bordje na een korte minzame blik aan de kant en wordt er vol ongeduld gewacht op het toetje. “Chocovla lekker, papa klaar? Papa ben je klaar? Wil toetje! ”

Men zegt dat het overgaat (ja, ja, natuurlijk), men zegt ook dat het een fase is (dat moet dan wel een héél lange fase zijn zeker) en dat iedere peuter dit heeft (natuurlijk, en daarom staan in kinderkookboeken ook altijd zulke recepten als “macaroni met pesto en zalm” en nooit “Schuitje hagelslag”).

Leuk hoor, dat recht van kinderen op een eigen mening, ik word er alleen zo snel grijs van!

Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.

 
geschreven op 29 november 2010 om 15:10 door Jasper

Merel probeert mama’s bril. Staat d’r onverwacht goed.

20101128 031238 Merel met bril

 
geschreven op 28 november 2010 om 13:45 door Jasper

Binnenkort verwachten we ons tweede kindje – dank u dank u – en wanneer je als zwangere vrouw voor het eerst één voet buiten de deur zet, gaat er ergens op een duister industrieterrein een alarm af. Dan verschijnt je naam ergens op een computerscherm en voor je het weet wordt je als aanstaande moeder overspoeld door allerlei geweldige aanbiedingen waar je ongeboren vrucht absoluut niet zonder kan. Sterker nog: je bent een slechte moeder wanneer je je kind dit alles zou onthouden. Ik denk dat ze – en terecht – gokken op alle hormonen die een vrouw dan teisteren en dat is vast waarom ze alleen de moeders proberen in te palmen en dat ze de vaders negeren.

Op deze plek heb ik al eens geconcludeerd dat de vaders van tegenwoordig naar mijn idee veel actiever zijn met het vaderschap dan de vaders van vroeger. Daarom is het eigenlijk raar dat de hele baby-industrie nog steeds voornamelijk gefocused is op de moeder.

Neem nou een kinderwagen bijvoorbeeld. Toen we die gingen uitzoeken en heel braaf over het in de kinderwinkel aangelegde testweggetje reden – waar je overigens niets aan hebt totdat ze er kapotte tegels en hondendrollen neer gaan leggen – kreeg ik van negen van de 10 modellen een acute hernia. En die kan je dan nog min of meer in hoogte verstellen. Mijn vrouw rijdt zo weg met de buggy, terwijl ik me eerst in een hoek van 90 graden moet vouwen om überhaupt bij de handvaatjes te kunnen.

Nou we het toch over kinderwinkels hebben, ergens moet er tussen alle hydrofiele luiers en voedingsbeha toch ook wel een plekje te vinden zijn om te vullen met zaken die er ook toe doen, bijvoorbeeld luiertassen zonder roze bloempjes maar met camoprint of voor vuurrode tweewielers of voor kranen die meekleuren met de temperatuur van het water. Ik weet wel dat je dat allemaal in ook in andere winkels kan kopen, maar ja, dat kan je een kolfapparaat ook. Als er maar stekker aan zit of er stoer uitziet.

Iets wat absoluut niet stoer is, is een herenfiets met een zitje achterop. Mannen zwaaien uit gewoonte met hun been over het zadel bij het opstappen. Met een kinderzitje achterop is dat een gegarandeerde scheenbreker, als het leeg is. Met iemand IN het kinderzitje onthoofdt je je kind. Dus moet je met je been over de stang. Maar een fiets met kinderzitje – met kind – is topzwaar en instabiel. Dus probeer je je fiets met kind in bedwang te houden terwijl je je been over de stang probeert te tillen zonder je broek bij de bilnaad te laten scheuren en zonder het kind onzacht met de grond in aanraking te laten komen.

Wat dat betreft zou zo’n mamafiets met lage instap natuurlijk een uitkomst zijn. Alle vaderemancipatie ten spijt, vaders moeten ook hun grenzen kennen: een scheur in je broek mag dan misschien niet stoer zijn… een papa op een mamafiets is pas ultiem NIET stoer!

Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van  KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.

 
geschreven op 28 november 2010 om 11:29 door Jasper

20101128 112841 Pepernoten bakken
Hmmm, lekker!

 
geschreven op 26 november 2010 om 13:45 door Jasper
 Column #2 (dec. 2008): Dochters

Merel in december 2008

Als vader van een dochter heb je zo van die dingen waar je eigenlijk niet zo goed raad mee weet. Stiekjes bijvoorbeeld. Ik heb dan ook als kind niet zo’n plastic nephoofd met nephaar gehad om te oefenen, dus wat dat aangaat loop ik denk ik gewoon een jaar of dertig achter. Maar als ik een elastiekje in Merel d’r haar doe eindigt ze steevast als Marijke Helwegen: met een erg strak hoofdhuidje en uitpuilende oogjes.

Ik vind dat ik mezelf aardig kan kleden – voor een man dan hè, maar een meisje de juiste kleren aantrekken is toch weer een verhaal apart. Daar zijn strenge regels aan verbonden. Zo mag je bepaalde dingen niet en moeten andere dingen juist weer wel gecombineerd worden. Onder een jurkje moet ze dan weer wel, en dan weer geen maillot. En onder dat rode jurkje past die groene maillot dus echt niet – maar dat mag dan wel weer met Kerstmis.

Om er voor te zorgen dat het in ieder geval niet jouw schuld is dat ze voor schandaal naar het kinderdagverblijf gaat is dan ook: afkijken bij je vrouw. Goed kijken wat zij doet en dat dan (proberen te) onthouden. Dat ene broekje met dat bloemetje op de knie hoort bij dat shirtje met dat beestje, dat rompertje met ruitjes gaat onder dat truitje.

En om niet helemaal door de mand te vallen ga je subtiel variëren. Klinkt simpel genoeg, nietwaar? Maar dan kent u het aantal mogelijke combinaties niet. Mijn dochter heeft onwaarschijnlijk veel kleren. Meer kleren dan papa in ieder geval. Dus je moet je dan ook maar beperken tot een aantal standaard kledingstukken – als man moet je niet te veel willen onthouden, de ruststand van Feyenoord-Ajax is al moeilijk genoeg. Erg handig om je bij het onthouden te helpen zijn dan ook shirtjes met prints. Alles wat aan kleur in het printje zit mag je erbij combineren. Een soort ingebakken kleurstaal dus, en dat scheelt weer onthouden. Dat combineren doe je overigens ook weer niet te veel in één keer want zes tinten roze: da’s geen meisje, da’s een zuurstok.

Al mijn goede voornemens ten spijt heeft mijn kind op dit moment nog minder gevoel voor mode dan ik (dat gaat veranderen – van haar kant dan) en al wel een eigen willetje dus als het aan haar ligt gaat ze in pyjama en kaplaarzen naar school en zie dat dan maar te voorkomen.

Deze column is eerder verschenen in ‘Op De Groei’, het periodieke magazine van  KindeRdam, het kinderopvangbureau waar Merel en Luuk bij zitten.

 
geschreven op 24 november 2010 om 19:00 door Jasper

..een Sinterklaas liedje tijdens het ontbijt. (De boterham met hagelslag heeft dan ook eventjes prioriteit).